Cristy Brandriet | ruimteplanning

ruimteplanning

Ruimteplanning

Omdat meubelen opgenomen worden in een ruimte, met eigen kenmerken, mogelijkheden en beperkingen is het belangrijk deze ruimte goed te analyseren. Zo kan er vooraf een realistische inschatting gemaakt worden van de huidige en mogelijke toekomstige situatie.

 

Je eerste stap in het ontwerpproces is daarom het vastleggen van de feitelijke situatie met behulp van een basisplattegrond, hierin zoek je vervolgens naar de beste posities voor de meubels ( in combinatie met de andere stukken.)
Met behulp van verschillende middelen en technieken via diverse (vaste) ontwerpstadia kun je tot een doordacht advies en ontwerp komen. Hierbij ga je altijd uit van de unieke en feitelijke situatie van je cliënt, wiens situatie, wensen en eisen (die zijn vastgelegd in het PE) de ruggengraat vormen van het ontwerp.

Kies voor de juiste positie

  • Bij het bepalen van de beste posities voor de losse onderdelen in een ruimte hou je rekening met de algemene ontwerp- en proportioneringsprincipes (menselijke maat, proportionering, etc.) deze zaken worden in jullie boeken behandeld.
  • Daarnaast kijk je goed naar de functies van de verschillende meubels en wat dat betekent voor de positie, zo zul je een eettafel het liefst dicht bij de keuken plaatsen. Moet een TV goed zichtbaar zijn vanuit meerdere zitplaatsen, etc.
  • De leefstijl van de bewoner geeft ook indicaties voor de posities van meubels: wil men tuingericht zitten? naar de haard kijken? Of allebei? Wil men flexibiliteit?
  • Heeft men behoefte aan veel vrije ruimte voor bijvoorbeeld spelende kinderen? Etc.

In aanvulling hierop kunnen specifiek voor de meubelplanning nog een aantal praktische richtlijnen helpen bij de vormgeving van een leefbaar, harmonieus en smaakvol interieur.

Checklist bij het maken van je meubelplannen.

  1. Wat is de unieke (woon)situatie van? (maten, vorm, lichtinval, positie van ramen en deuren en andere vast onderdelen van de ruimte)
  2. Wie is/ zijn de gebruiker(s) en wat zijn/hun specifieke gebruikseisen? (wat zijn kenmerken van de gebruikers?, zijn er aanpassingen nodig?, hoe is hun leefstijl? )
  3. Aan welke (wederkerende) functies moet de ruimte waarin de meubels geplaatst worden voldoen? (welke activiteiten vinden er plaat, waneer? hoe vaak? en met hoeveel personen? )
  4. Wat is de smaak van de gebruiker? ( binnen welke interieurstijl zal het interieur worden uitgevoerd en wat betekent dit voor de keuze en opstelling van de meubels?
  5. Hoe kun je ervoor zorgen dat de persoonlijkheid van de bewoners in je plan naar voren komt?)

Dit zijn de aspecten die te maken hebben met de ‘bruikbaarheid’ van het meubelplan. Daarnaast is het ook belangrijk dat je inzicht krijgt in de wijze waarop je meubels op een optimale manier kunt plaatsen in een ruimte.

Evenwichtige ruimteindeling

In veel huizen worstelt men met de verdeling en afstemming van de meubels in de ruimte. Hierdoor zien we in veel kamers dat bepaalde delen overvol zijn, terwijl andere delen amper voorzien zijn van meubels.

 

Deze situatie ontstaat vaak doordat de zitbanken over het algemeen in een hoek tegen de wanden worden aangeplaatst waardoor relatief veel meubels worden geplaatst in dat ene deel (de hoek) van de kamer, terwijl in het andere deel relatief weinig meubels worden neergezet: er is dan een onbalans ontstaan in de ruimteverdeling.

Door bij de meubelplanning uit te gaan van de totale beschikbare ruimte kan er een veel ruimtelijker, en evenwichtiger opstelling worden verkregen.

  • Een goede start voor een evenwichtiger balans in de ruimteplanning is het ‘los’ komen van de wanden, als je banken, een tafel of (deken)kist alleen al enkele centimeters van de wand afplaatst wordt de opstelling in ieder geval al ‘luchtiger’ door de schaduw die ontstaat tussen de wand en het object.

Om in een meubelplan een evenwichtige ruimteindeling te krijgen kun je proberen om het volgende ontwerptrucje te gebruiken.

 

  • Verdeel je basisplattegrond in vier gelijke delen, je zet hiervoor een middenlijn in de lengte en de breedte van je basisplattegrond,
  • Vervolgens probeer je vanuit het midden naar de vier verschillende kwadranten te ontwerpen zoek je naar een opstelling die past bij de ruimte.
  • Vergeet hierbij niet om te letten op de praktische zaken die eerder werden behandeld, zoals doorlooproutes, -ruimtes, etc.

ID_104, Gelderland
In dit  interieur zie je hoe bij de opstelling van de meubels gebruik werd gemaakt van de totale ruimte, er is een evenwichtige, uitgebalanceerde opstelling van de meubelen gemaakt waarbij de stukken goed zijn opgesteld ten opzichte van elkaar en ten opzichte van de ruimte.

Kies voor een opstellingsvorm

  • Bij het kiezen van de opstellingsvorm gebruik je de eerder behandelde ontwerpsystemen- en principes.
  • Bovendien geeft de vorm van de ruimte (smal, breed, vierkant, rechthoekig) en de zichtlijnen die je hierin aan wilt brengen ook richtingen voor de opstelling (en de maten van de meubels).
  • Kies vanuit deze aspecten voor een bij de gekozen interieurstijl passende opstellingsvorm. Zo past in een Modern interieur een strakke meubelopstelling vanuit rechte lijnen en zijn de meubelen over het algemeen strak qua vormgeving. In de Klassieke en Landelijke stijlen worden lossere opstellingsverbanden toegepast en zijn de ontwerplijnen ronder en losser.
Kies voor een (of meer) focal point(s)
  • In iedere ruimte zijn er fraaie en minder fraaie onderdelen, bovendien bieden de ramen zicht op ‘buiten’, waarbij het uitzicht soms wel en soms niet de aandacht verdient.
  • Het is belangrijk om in een ruimte dergelijke voor- en nadelen te analyseren en hiermee je voordeel te doen in een meubelplan. Als iets de aandacht waard is kun je daar een focal-point van maken, met een focal-point bedoelen we dus een onderdeel dat je als blikvanger wilt benadrukken in je ruimteontwerp.
  • Focal-ponts kunnen aanwezig zijn als onderdeel van de ruimte (zoals een haard of een architectonisch detail, of het uitzicht vanuit ramen), maar je kunt zelf ook blikvangers inbrengen, door aan het einde van of in een zichtlijn die ontstaat vanuit de (beste) meubelopstelling een fraai kunstwerk, een opvallende lamp, een contrastwand, een vleugel of een (antiek/bijzonder)meubel, etc. te plaatsen.

In alle gevallen is de ooghoogte voor de positie (en hoogte) van het focal-Point belangrijk. In een zitopstelling ga je uit van de ooghoogte bij zitten en bijv. in een entree ga je uit van de ooghoogte van de staande mens.

Kies de goede afstand tussen meubelen

Om ervoor te zorgen dat de meubelopstelling goed aansluit bij het gebruik moeten de meubelstukken die regelmatig worden gebruikt goed bereikbaar zijn en zonder beperkingen gebruikt kunnen worden.

  • Plan als doorloopruimte tussen de meubelen in het zitgedeelte 40 – 60 cm vrije ruimte, normaal gesproken kan een mens er dan goed tussendoor lopen.
  • 40 – 60 cm is ook de reikwijdte van een arm, zo kan de gebruiker dus zonder forceren een glas pakken en terugzetten op een tafel.
  • Pas op voor een te grote afstand tussen de meubels onderling, want als de onderlinge afstand tussen mensen (veel) groter wordt dan 100 cm wordt het (intermenselijk) contact lastiger, doordat je elkaar minder goed kunt verstaan en het lastiger is om oogcontact te meken.
  • Bij een te kleine afstand van de meubelen ten opzichte van elkaar gaan mensen elkaar juist in de weg zitten, de bewegingsruimte wordt te krap en het zicht wordt beperkt.
  • Dicht op elkaar zitten suggereert een intimiteit die niet met iedereen plezierig hoeft te zijn.

Plan alleen beschikbare ruimte

Niet alle ruimte van het grondvlak in een kamer is beschikbaar, het is belangrijk om hiermee rekening te houden in je ontwerp.

  • (Kast)deuren draaien de kamer in. Aan de kant waar de deur naar toe draait is dus ruimte nodig voor het ‘inkomende’ draaiende deel.
  • Bij een eettafel is ongeveer 50 cm ruimte nodig voor de eettafelstoel waarop men zit.  Als de gebruiker van een stoel opstaat schuift de stoel nog verder achteruit en is er ruimte nodig achter de stoel (waarop iemand zit) langs te lopen. Neem daarom liefst minimaal 90 cm vrije ruimte rondom een eettafel.
  • Een karpet onder een eettafel zou liefst 110 cm oversteek genomen moeten worden, opdat er geen stoelen achter blijven haken als deze achteruit geschoven worden.

Hou rekening met de looproutes

ID_210, Cristy Brandriet In iedere ruimte is het belangrijk om vanuit de leefstijl en de activiteiten van de bewoners na te gaan hoe frequent de diverse gebieden en onderdelen in de ruimte gebruikt worden, op basis hiervan kun je het meubelplan gebruiksvriendelijk ontwerpen.

  • Dit kun je alleen maar doen, als je uitgaat van de (toekomstige) meubelopstellingen.
  • Bij het maken van een meubelopstelling is het dus belangrijk om rekening te houden met de looproutes die vanuit de deuren naar en vanuit de verschillende functiegebieden in de ruimte ontstaan.

Bij het plannen van de meubels let je op de volgende aspecten:

  1. Probeer de veel belopen routes in een ruimte vrij van belemmeringen en kort te houden.
  2. Geef een prioriteit aan de routes waarvan veel gebruik gemaakt wordt.
  3. Vanuit deuren en kasten ontstaat een ‘loop’ van iets naar iets. Hou deze weg vrij.
  4. (Kast)deuren en ramen moet men open en dicht kunnen doen, zet hier liever niets voor.
  5. Over een kleed in een ‘loop’ struikel je makkelijk, dus liever geen kleden leggen vlak voor een deur.
  6. Vanuit de keuken ontstaat een ‘loop’ met hete pannen en schalen, het is logischer en veiliger om een eettafel vlak bij de keuken te plaatsen.
  7. Vanuit de hal komen mensen over het algemeen de woonkamer binnen, plaats een zitopstelling liever niet pal voor de toegangsdeur, waardoor men als het ware de zitopstelling ‘binnenvalt’.
  8. Als een opstelling voor een deur gepland moet worden, zorg dan dat er men in ieder geval niet door de opstelling heen moet lopen om in de kamer te komen.
  9. Plan in een zitopstelling liefst meerdere toegangsroutes, zodat men niet gedwongen wordt om door een opstelling heen of er een heel stuk omheen te moeten lopen. Men kiest in de praktijk toch altijd de kortste weg

Plan ook hoogtes

Vaak wordt het vloeroppervlak als uitgangspunt genomen in de meubelopstelling, hierdoor wordt de ruimte als het ware horizontaal benaderd.

In een evenwichtig interieurplan zou je echter ook rekening moeten houden met de hoogte van de kamer omdat er een evenwicht moet zijn tussen de hoogte van de ruimte en de gebruiker en de hoogte van de ruimte in relatie tot de stukken.
Het plafond bepaalt vanzelfsprekend de uiterste hoogte, maar in het interieur kun je ook hoogte inbrengen.

  • Met het plaatsen van enkele wat hogere objecten, zoals een staande lamp, een (grote) hanglamp, een grote plant, een roomdivider of een sculptuur breng je naast de overwegend horizontale lijnen ook verticale ontwerplijnen in, waardoor er een evenwichtiger proportionering ontstaat.
  • Bovendien wordt de ruimte ‘spannender’ als je de totale ruimte niet in een keer kunt overzien (en er nog een verrassing te voorschijn kan komen achter bijv. een plant of een roomdivider o.i.d.)

Als minimale plafondhoogte wordt tegenwoordig (conform Bouwbesluit) uitgegaan van 2.60 (vanaf de afgewerkte vloer) voor de meeste mensen is dit een goede maat.

 

Toch is het ervaren van de hoogte in een ruimte ook persoons bepaald, de een vindt hoge ruimten zeer plezierig en stelt prijs op de extra ruimte boven hem.

In een relatief lage ruimte zou je bijvoorbeeld kunnen kiezen voor lichtkoepels die de hoogte gedeeltelijke kunnen verhogen en bovendien zorgen voor extra daglicht.

Iemand anders kan hoge ruimten juist als ongezellig en onpersoonlijk ervaren. In de laatste situatie kan met hulpmiddelen een plafond (optisch) verlaagd worden, we komen later nog uitgebreid terug op de manieren waarop dit bereikt kan worden.

Aandachtspunten voor hoogtes in het interieurplan:

  • In een kleine kamer hou je minimaal 50 cm vrij tussen de kast en het plafond, zo lijkt je kamer hoger.
  • Een kast op maat over de hele breedte en hoogte van een wand (of in een nis). Zorg je dat de kleur van kast en wand dezelfde zijn dan is dit een neutrale keuze.
  • Een lage wandkast (dressoir) heb je een relatief hoog wandvlak boven de kast waardoor er een hoogte effect ontstaat en de ruimte hoger lijkt dan bij het gebruik van hogere kasten (waar een veel minder groot deel van de wand erboven te zien is.)
  • Bij een ‘zwevende’ kast (bevestigd aan de wand, zonder pootjes) zie je onder de kast een stuk vloer. Het interieur wordt luchtiger en het vloeroppervlak lijkt groter.
  • In een hogere ruimte kun je met hoge (maar in verhouding dus juist lager dan het hoge plafond) meubels, objecten en planten de ‘hoogte’ breken en juist een intiemere sfeer scheppen. Denk bijvoorbeeld aan een ‘hemelbed’.
  • In een kleine ruimte geven lagere meubels met een luchtiger uitstraling een ruimtelijker effect dan massievere hogere meubels.
  • Alle meubels waar je onderdoor kunt kijken en de vloer nog kunt zien geven een ruimtelijker uitstraling dan meubels tot op de vloer.
  • Naast de hier genoemde effecten door het plaatsen van meubels in de ruimte kunnen er ook belangrijke effecten bereikt worden door de toepassing van kleuren in het interieur. Zie ook dat hoofdstuk.

Een evenwichtige afstemming van de hoogtes van de meubels en de ruimte dragen bij aan een balans in de totale vormgeving, daarom is het belangrijk om dit ruimtelijk inzicht te ontwikkelen.

Een goede oefening hiervoor is:

 

  • Observeer in verschillende ruimtes heel bewust hoe de hoogteverhoudingen zijn, vraag jezelf af hoe hoog is de ruimte (2.60 of hoger of lager?)
  • In een woonkamer kijk je bijv. naar de zitbank, hoe hoog zijn de hoogste delen van de bank (1.10 of hoger of lager?) hoe hoog zijn de hoogste meubels in de ruimte (bijv. kasten) ongeveer? en wat is het effect?
  • Probeer je voor te stellen hoe het eruit zou zien als een meubel een stuk hoger of lager zou zijn Voelt de ruimte ruimtelijk of juist niet?
    Als je regelmatig dit soort analyse oefeningen doet ontwikkel je een steeds beter ruimtelijk inzicht.

Vakopleiding Binnenhuisarchitectuur

De haard

De haard is vanuit de oudheid al een belangrijk middelpunt in een ruimte, vroeger omdat zo de mensen rondom het vuur en de warmte konden zitten, tegenwoordig vooral omdat we de haard een gezellig en sfeervol aandachtspunt in de ruimte vinden.

Hoewel de haard in principe geen meubel is maakt deze over het algemeen zo’n belangrijk onderdeel uit van de meubelopstelling dat hier gekozen is om van de aspecten die een rol spelen bij de juiste positiebepaling.

De plaatsing

Vaak is een haard aanwezig dan zijn de positie en uitvoering al bepaald, hierop probeer je vervolgens de meubelopstelling zo goed mogelijk af te stemmen.

Als de positie van de haard nog gekozen moet worden voor een bestaand- of nieuwbouw interieur kunnen we zelf de positie bepalen.

Het is hierbij erg belangrijk dat je de positie niet, zoals de meeste consumenten, gevoelsmatig bepaald (want zo ontstaan juist opstellingsproblemen ten gevolge van die onhandige haardpositie) maar juist gestructureerd de meest optimale positie bepaalt.

  • Hiervoor moet je eerst de optimale meubelopstelling en de zichtlijnen bepalen en van hieruit kun je de beste positie voor de haard afleiden.
  • Hou bij de planning ook rekening met de lengte, breedte en diepte van de haard en de (extra) ruimte die eventueel nodig is voor de afvoer. Via de fabrikant en of de haardenspecialist kun je de hiervoor relevante productinformatie en technische gegevens opvragen.
  • Plan de haard bijvoorkeur goed zichtbaar vanaf een of meerdere zitgedeeltes in de kamer.
  • Kijk hierbij goed naar de leefstijl.
  • Voor degene die bijv. graag en lang zit aan de eettafel kan het zicht op de haard vanaf de eettafel als uitgangspunt worden genomen. Hierbij kan de haard het beste in het verlengde van de lange zijde van de eettafel worden geplaatst, zo hebben ontstaat er vanuit alle stoelen een goed zicht op de haard
  • Indien men bij de haard wil kunnen zitten, moet er bij de opstelling van de meubels rekening gehouden worden met de afstand tot de haard: te dichtbij zitten is niet plezierig omdat dit te warm is en te veraf zitten vanaf de haard creeert ook een figuurlijke afstand, het sfeerelement (het voelen van de warmte) neemt hiermee af.
  • Plaats een openhaard niet recht voor een deur omdat er trek ontstaat als de deur open en dicht gaat. Dit geldt niet voor een gesloten gashaard omdat tocht geen invloed heeft vanwege het gesloten systeem.
  • We proberen in principe de haard en tv naast elkaar te plaatsen, hierdoor kun je de zichtlijnen naar beide voorzieningen (en focalpoints) combineren.
  • Bovendien is het praktischer om de haard en tv bij elkaar te plaatse waardoor je vanuit alle zitmeubels de haard en tv goed kan zien.
  • Het is een stuk lastiger om een samenhangende opstelling te maken als de haard en tv aan verschillende wanden geplaatst zijn, maar natuurlijk, als je opdrachtgever dit liever wil, zoek je de beste posities voor beiden…

ID_295, m-moebeldesign.de
In dit voorbeeld zien we hoe deze op zich fraaie haard in de meubelopstelling is genegeerd.

De haard oogt nu als een ‘aardig’ detail aan de wand.

Met een ‘gedraaide’ opstelling van de meubels gericht op de haard zou deze echter ook een zeer markant focal point in de ruimte kunnen zijn.

ID_264

In het tweede voorbeeld is de opstelling al veel meer op de haard afgestemd.

 

De meest kleine fauteuil is weliswaar iets voor de haard geplaatst, maar deze kan makkelijk ietsje verschuiven naar links, waardoor iemand zich echt aan de haard kan warmen en er gezellig naast kan zitten om een boek te lezen of een glaasje te drinken.

Vanuit alle ander zitmeubels is er een goed zicht op de haard.

In beide voorbeelden is er sprake van een evenwichtige meubelopstelling, maar hier zijn andere keuzes gemaakt over de rol die de haard hierin kreeg.

 

Je kunt dan ook niet spreken van goede of foute keuzes, maar bij het plannen van een haard (die nu eenmaal een definitieve positie krijgt) is het wel belangrijk om de uitgangspunten vooraf te bepalen. Bovendien moet  je rekening  houden met de effecten en consequenties die met de gekozen positie ontstaan binnen de meubelopstelling.

De uitvoering

Het is belangrijk om bij de keuze van de haard en de uitvoering in het interieur rekening te houden met de interieurstijl die wordt uitgevoerd, de haard moet hierbij immers aansluiten.

 

We zien nog wel eens dat in een bestaande woning een gedateerde (bijv. jaren zeventig) haard is opgenomen, compleet met een betegeld plateau en siermetselwerk op de schouw.

 

Als de bewoners kiezen voor een modern interieur, dan sluit zo’n haard beslist niet (meer) aan en zijn er aanpassingen noodzakelijk.

 

In dit geval zou om het plateau een bekisting gemaakt kunnen worden die met ander materiaal, bijv. natuursteen, bekleed wordt en kan de schouw bijv. gestuuct worden, maar ook het volledig strippen van haard en plateau zijn een optie.

 

Hoe dan ook, als een haard een focal point is in een interieur moet deze als blikvanger ook daadwerkelijk de moeite waard zijn.

Kies voor de juiste uitstraling

In ieder meubelplan kies je voor meubels die qua vormgeving passen in de gekozen interieurstijl. Naast de kenmerken van de stijlvormgeving hebben meubels echter ook nog andere effecten in een ruimte.

  • Meubels kunnen bijv. massief of luchtig; sierlijk of sober; vrolijk of somber; mannelijk of vrouwelijk; verrassend of gewoon/vertrouwd ogen. Passend bij de situatie, de gekozen stijl en de doelgroep zoek je naar hierbij aansluitende meubels.
  • Daarnaast is het belangrijk om rekening te houden met het zgn. visuele gewicht. Bij het visuele gewicht gaan we niet uit van het daadwerkelijke gewicht van meubels, maar van de uitstraling van de massa. Zo heeft een eiken houten eettafel, met robuuste poten een veel zwaarder visueel gewicht dan een tafel van exact dezelfde afmeting die volledig is uitgevoerd in glas. Hoewel de afmetingen niet verschillen zal een kamer met de eiken tafel voller voelen, dan met de glazen tafel.
  • Voor alle meubels geldt: in lichte tinten ogen ze luchtiger en ruimtelijker dan dezelfde meubels die zijn uitgevoerd in donkerder tinten.

Hou rekening met de gevoelswaarde

Als aan de hand van de hier behandelde richtlijnen een meubelplan gemaakt wordt betekent dit vaak dat het bestaande interieur flink veranderd moet worden.

Vaak moeten oude meubels plaats maken voor nieuwe. Het is belangrijk om er bij stil te staan dat sommige (misschien voor een ander waardeloze of lelijke) meubelen een belangrijke persoonlijke waarde kunnen hebben, waardoor men erg opziet tegen de stap om er afscheid van te moeten nemen.

In zo’n geval is het een uitdaging om voor deze persoonlijke schatten elders in de woning een goede plek te vinden.

Zo kan de uit de kluiten gewassen grenen kast uit grootmoeders erfenis een sta-in-de-weg zijn of behoorlijk conflicteren met de inmiddels overwegend Moderne woonkamer, maar in een Landelijke slaap- of logeerkamer kan deze waarschijnlijk juist wat karakter en een persoonlijke touch toevoegen aan het interieur.

Door dergelijke creatieve oplossingen ontstaat er een win/win situatie waarmee zowel de ontwerper als de client zeer tevreden zullen zijn.

Vergaar (markt)kennis over meubels

Je hebt inmiddels geleerd welke interieurstijlen er zijn en welke (meubel)vormgeving past bij de diverse stijlen en stromingen. Daarnaast weet je nu dat er verschillende soorten meubels zijn voor verschillende gebruikers en gebruiksdoelen.

Om passende meubels te kunnen selecteren en adviseren zul je deze kennis echter moeten aanvullen en verdiepen. Bovendien heb je een goede kennis nodig van de markt, je moet immers weten waar en welke meubels (van welke ontwerpers en fabrikanten) je kunt krijgen.

Neem daarom de tijd om showrooms te bezoeken, lees interieurboeken en woonbladen, waarbij je jezelf niet beperkt tot het vergaren van kennis over een (je eigen voorkeurs) stijl, maar orienteer je op alle meubelstijlen (landelijk, klassiek en modern) Vorm je een beeld van alle belangrijke fabrikanten en het type meubels dat ze leveren (in winkels, woonbladen, boeken en via internet) en verzamel zoveel mogelijk folders.

Zo krijg je vanzelf een goede en uitgebreide kennis van de markt en van alle van belang zijnde spelers die hierin opereren.