Cristy Brandriet | Opdracht 5 IS_NTI

Opdracht 5 IS_NTI

Voor een interieurstylist zijn kleurenwaaiers een onontbeerlijk gereedschap.

Eigenlijk zou je van een aantal fabrikanten een waaier moeten hebben. Maar, kleurenwaaiers zijn behoorlijk prijzig dus we raden in de eerste instantie aan om eén waaier aan te schaffen. Hoewel er diverse kleursystemen (en bijpassende waaiers) zijn, gaan wij uit van het NCS systeem.

Wij hebben gekozen voor de NCS kleursystematiek omdat wij het een ‘sympathiek’ en goed werkbaar systeem vinden.

Daarnaast weten we ook dat het EHCB in de interieurstyling en binnenhuisarchitectuur examens uitgaat van kennis over dit systeem.

Je vindt een uitleg van het NCS systeem en andere systemen (zoals het bovengenoemde RAL-systeem) op mijn ‘Over kleurenpagina‘.

 

Het is belangrijk dat je het NCS-systeem goed leert te begrijpen, want hierdoor kom je tot verrassender en harmonieuzer combinaties dan je met het (alom gebruikte) ton-sur-ton combineren krijgt. Gebruik daarnaast alles wat je hebt geleerd over interieurstijlen (kies voor kleuren die passen in de gekozen interieurstijl) en alles wat behandeld werd in het kleurenhoofdstuk (de zeven kleurcontrasten, de kleurenpsychologie en alles wat werd uitgelegd over de ruimtewerking van kleuren, etc.)

 

Een goede kleurenwaaier is waaier C21.3 van Sigma, waarin naast NCS- ook RAL kleuren opgenomen zijn. Je kunt de waaier bestellen via bestellen via de Sigma shop.

 

De uitwerking van een kleurenplan

In het kleurenplan worden alle kleurenkeuzes vanuit een meubelplan, uitgewerkt.

  1. Het meubelplan wordt op een groot, wit karton, foamboard of een ander geschikte ondergrond opgenomen.
  2. Vanuit de tekening wordt vervolgens d.m.v. strakke lijnen vanuit de diverse muren, het houtwerk, de deuren en kozijnen aangegeven waar, welke kleur wordt gebruikt.
  3. Je kiest de kleuren die je wilt toepassen uit de kleurenwaaier en haalt de betreffende strips bij de schilderswinkel of bouwmarkt. Je kunt ook stalen bestellen via de stalenservice van Sigma. maar je moet hiervoor wel eerst een abonnement afsluiten (en dat is voor deze opleiding beslist niet nodig.)
  4. Naast de lijn plak je de kleurstaal die je knipt uit de originele kleurenstrip (je mag dus niet de hele strip opplakken), maar moet echt laten zien welke kleurtint je kiest.
  5. Je mag evt. ook op een andere manier aangeven waar welke kleur wordt opgenomen/ begint of eindigt. Maar zorg in dat geval dat je plan zonder gepuzzel duidelijk en overzichtelijk is.
  6. Gebruik indien mogelijk liefst een grotere staal dan een uitgeknipt blokje uit een strip.  Bij de meeste bouwmarkten en schilderzaken zijn deze grotere stalen verkrijgbaar.  Via de Sigma stalenservice krijg je nog grotere stalen.
  7. Je mag nooit kopieën gebruiken van kleurstrips, omdat de kleur van een kopie altijd afwijkt van de originele staal! Een kleurenplan met kopieën van stalen wordt (ook bij de EHCB examenopdracht) altijd afgekeurd!
  8. Sommige fabrikanten hebben ook zogenaamde ‘stylesheets’ waarop al fraaie kleurencombinaties zijn gemaakt, deze zijn voor de consument gemaakt.  Bij deze opdracht moet jijzelf de combinaties bij elkaar zoeken, je kunt mag dus niet uitgaan van zo’n stylesheet.
  9. Zorg dat je uitwerking netjes is, dat de stalen overzichtelijk rondom de betreffende kleurvlakken zijn opgenomen. Geef duidelijk aan waar welke kleur begint en eindigt. Kleuren die elkaar in de werkelijkheid gaan ‘raken’ zouden in de presentatie ook zoveel mogelijk tegen elkaar aan geplakt moeten worden. Door deze werkwijze zie je de welke invloed de gekozen kleuren hebben op elkaar.
  10. Kies zorgvuldig de kleur van je ondergrond, wit ligt het meest voor de hand qua kleurenweergave van de stalen, maar soms kan zwart of grijs ook een keuzes zijn (denk aan de Ittense kleurcontrasten, die zijn ook van toepassing op je eigen uitwerkingen!)
  11. In een kleurenplan nemen we bijvoorkeur ook stalen op van de belangrijkste kleurvlakken in de ruimte. De vloer en het evt. vloerkleed zijn hierbij de belangrijkste kleuren, omdat het hier gaat om relatief grote kleurvlakken in de ruimte. Als je moet combineren met een bestaande ‘aanwezige’ kleur op een of meer wanden of op meubels, dan is het ook belangrijk om hierin aandacht en ruimte te geven in de presentatie. Je bepaalt zelf welke extra stalen eventueel ook nog relevant zijn voor een realistisch totaalbeeld van de kleurenafstemming.
  12. Een fotocollage waarin je ideeën voor sfeer en materialen visualiseert vult je kleurenplan perfect aan.
  13. Motiveer je keuzes in een bijlage. Besteed ook hier weer grote aandacht aan de presentatie. Je opdrachtgever moet aan de hand van het voorstel een zeer duidelijk beeld krijgen van de toekomstige situatie en er vooral ook zin in krijgen om het voorstel uit te voeren.

Let op:

In de eerste drukken van het boek melden we dat je uit moet gaan van een schaalplattegrond, terwijl jullie pas leren om op schaal te tekenen in deel 2 hoofdstuk 7.

Bij deze opdracht kun je daarom, als je dat wilt, ook volstaan met een kopie van de plattegrond .

Even voor de duidelijkheid: de keuken in dit voorbeeld ligt aan de achter(tuin)zijde van de woning. Zowel voor als achter is veel omgevingsgroen.

Let goed op de  ruimte-effecten die ontstaan met je keuzes en of deze wel effectief zijn qua ruimtebeleving .
  • Natuurlijk moet je ook zorgen dat de kleuren aansluiten bij de ruimte (daglichttoevoer, daglicht soort) , de sfeer die je wilt oproepen en de smaak van de opdrachtgeefster.
  • Zorg dat je ook contrasten inbrengt (lees nog eens het stukje over de zeven essentiele kleurcontrasten).