Cristy Brandriet | Opdracht 9_IS_NTI

Opdracht 9_IS_NTI

Een lichtplan maken

In essentie hebben we (dag/kunst)licht nodig om de dingen om ons heen te kunnen zien. Dit ‘zien’ heeft twee aspecten:

  • Als er voldoende licht is kunnen onze ogen de dingen om ons heen waarnemen, je loopt dus niet tegen dingen aan en kunt afstanden met licht beter inschatten;
  • In het interieur geldt dus ook, dat een onverlicht deel van je ruimte minder goed of niet waargenomen en een verlicht gedeelte wel. Grote ruimten met veel onverlichte hoekjes en nissen lijken dus misschien wel kleiner, dan een kleine, lichte kamer met een uitgebalanceerde verlichting.
  1. Daarnaast is licht zeer essentieel voor het waarnemen van kleur, dit komt later nog uitgebreid aan de orde in deel II van deze cursus, bij het hoofdstuk kleur.
  2. En, beslist ook belangrijk is het effect van licht op ons welbevinden, in een donkere, schimmige ruimte lijkt onze stemming zich hierop aan te passen, terwijl in een zonniger, lichte omgeving ons humeur en welbevinden vaak ook een afspiegeling is.
  3. Armaturen hebben ook decoratief gezien een belangrijke rol in het interieur, met de keuze voor en afstemming van bepaalde typen armaturen kun je een essentiële stijlimpuls geven aan een ruimte (schemerlampen hebben over het algemeen een andere uitstraling dan RVS lampen, kroonluchters weer een andere, etc.)
  4. Kijk ook nog op mijn pagina over soorten armaturen.

In een goed lichtplan moeten dus het waarnemen van dingen en kleuren en het aspect sfeer- en welbevinden goed voor het ‘voetlicht’ komen. De keuze voor de specifieke armaturen dienen hieraan aangepast te worden, maar de decoratieve waarde van de armaturen moet je ook niet vergeten. Met armaturen kun je immers ook fraaie elementen in het interieur opnemen, die aanhaken bij de gekozen interieurstijl.

  • Bij het maken van een lichtplan moet je per ruimte eerst nagaan op welke plaats je welk type verlichting nodig. Wil je ergens lezen dan heb je accentverlichting (A) nodig, maar wil je rustig TV kijken dan kies je voor sfeerlicht (S) en heb je een lichtpunt nodig om even gauw iets te pakken en of te zien dan kies je voor algemeen licht (A). Heb je de verschillende typen benodigd licht in kaart gebracht dan kun je hiervoor passende armaturen zoeken. Die moeten dus het juiste licht geven, in de gekozen interieurstijl passen en allemaal onderling ook weer bij elkaar passen.
  • Het is voor een goed lichtplan beslist noodzakelijk om uit te gaan van een meubelplan, omdat je immers aan de hand van de zitplaatsen bekijkt welk type licht de bewoners op die positie (voor hun functioneren) in de ruimte nodig hebben. Daarnaast beoordeel je aan de hand van de ruimte en het interieur ook nog of je specifieke zaken, zoals kunst of een mooi bouwkundig detail wilt benadrukken.
  • Je probeert vervolgens om een evenwichtig lichtplan te maken waarin de ruimte niet onderbelicht, maar vooral ook niet overbelicht is, let er ook op dat je varieert in lichthoogtes. Probeer een beeld te krijgen  van de hoeveelheid licht die er door die door de jouw aanbevolen armatuur in de ruimte valt en waar precies (let ook op de lichthoogte)
  • Teken daarna de (geschatte) ‘lichtvlekken’, dus de grote van de lichtbundel die vanuit het armatuur in de ruimte schijnt, in op je plattegrond. Je maakt op deze manier een zgn. ‘vlekkenplan’, waarmee je kunt beoordelen of jou lichtplan uitgebalanceerd is. In een uitgebalanceerd lichtplan varieer je ook met de lichthoogtes, zou je bijv. alleen maar kiezen voor tafellampen, dan krijg je boven in de ruimte te maken met onderbelichting en kies je alleen maar plafondspots, dan wordt vrijwel alles aangelicht en wordt het geheel ongezellig.
  • Het wisselen tussen de lichtfuncties: accent en sfeer maak je makkelijker door het gebruik van dimmers, in principe gaan we altijd uit van één dimmer per armatuur. Des te meer je armaturen koppelt aan één dimmer des te minder flexibel wordt je plan.
Algemeen

Loop eens een verlichtingswinkel, IKEA, Trendhopper e.d binnen en bekijk welke armaturen er verkrijgbaar zijn. Leg een goede documentatie aan van de verkrijgbare armaturen en probeer een beeld te krijgen van de lichtvlek die een bepaald type lamp oplevert.

Kijk ook op mijn pinterestpagina naar voorbeelden van professionals, of voorbeelden van studenten.

Tips voor de uitvoering
  1. Je plan wordt in de eerste plaats beoordeeld op basis van functionaliteit (goede keuze voor accent, basis en sfeer per positie in de ruimte)
  2. Verder wordt gekeken of er een goede/evenwichtige lichtspreiding is (teveel licht wordt ongezellig en te weinig wordt vermoeiend en ruimte verkleinend)
  3. Denk eraan dat een lichtvlek heel zachtjes uitwaaiert van licht in schaduw.  Jullie tekenen de lichtvlekken vaak te klein.
  4. Probeer dus door je vlekkenplan een realistisch beeld te krijgen en te geven van  de lichtspreiding.
  5. Probeer  ook rekening te houden met en te differentiëren in de lichthoogtes. Ook dat zorgt voor een goede spreiding en een plezierig lichtplan.
  • Je gebruikt het meubelplan van opdracht 7 voor Martin Visser. Als je docent op- en aanmerkingen had moet je het meubelplan wel eerst verbeteren.
  • Daarna volg je de “Tien stappen voor het verlichtingsplan” uit het boek. Geef in het meubelplan in elk geval aan waar je, welke armatuur wilt toepassen, doe dit met een cijfer/letter, die je in de bijlage plaatst bij de aanbevolen armatuur.
  • Je mag dus zelf armaturen kiezen en hoeft niet uit te gaan van de armaturen die bij opdracht 7 (met meubelplan) werden genoemd.
  • Je moet van alle armaturen een foto opnemen, vermeld ook de producent, de productnaam en de uitvoering (kleur/materiaal).
  • De gekozen armaturen moeten  passen bij het gebruik,  de interieurstijl en elkaar.



Artemide Image Banner 120 x 600