Cristy Brandriet | verlichtingsplanning

verlichtingsplanning

Een lichtplan maken

Lees deze informatie goed op deze pagina voor je bezig gaat met de verlichtingsopdracht.

Jullie hebben inmiddels het hoofdstuk over licht doorgelezen en weten inmiddels al hoe belangrijk dag- en kunstlicht zijn in het interieur. Daarom is lichtplanning een belangrijk onderdeel van ons vak. Licht hebben we in essentie nodig om de dingen om ons heen te kunnen zien. Dit ‘zien’ heeft twee aspecten:

  • Als er voldoende licht is kunnen onze ogen de dingen om ons heen waarnemen, je loopt dus niet tegen dingen aan en kunt afstanden met licht beter inschatten;
  • In het interieur geldt dus ook, dat een onverlicht deel van je ruimte minder goed of niet waargenomen en een verlicht gedeelte wel. Grote ruimten met veel onverlichte hoekjes en nissen lijken dus misschien wel kleiner, dan een kleine, lichte kamer met een uitgebalanceerde verlichting.
  1. Daarnaast is licht zeer essentieel voor het waarnemen van kleur, dit wordt nog uitvoerig behandeld in het hoofdstuk over kleuren.
  2. En, beslist ook belangrijk is het effect van licht op ons welbevinden, in een donkere, schimmige ruimte lijkt onze stemming zich hierop aan te passen, terwijl in een zonniger, lichte omgeving ons humeur en welbevinden vaak ook een afspiegeling is.
  3. Armaturen hebben ook decoratief gezien een belangrijke rol in het interieur, met de keuze voor en afstemming van bepaalde typen armaturen kun je een essentiële stijlimpuls geven aan een ruimte (schemerlampen hebben over het algemeen een andere uitstraling dan RVS lampen, kroonluchters weer een andere, etc.)
  • In een goed lichtplan moeten dus het waarnemen van dingen en kleuren en het aspect sfeer- en welbevinden goed voor het ‘voetlicht’ komen.
  • De keuze voor de specifieke armaturen dient hieraan aangepast te worden, maar de decoratieve waarde van de armaturen moet je ook niet vergeten. Met armaturen kun je immers ook fraaie elementen in het interieur opnemen, die aanhaken bij de gekozen interieurstijl.

Bij het maken van een lichtplan moet je per ruimte eerst nagaan op welke plaats je welk type verlichting nodig.

  • Wil je ergens lezen dan heb je accentverlichting nodig, maar wil je rustig TV kijken dan kies je voor sfeerlicht. Soms ook wisselt de lichtbehoefte per positie in de ruimte, bijvoorbeeld bij een eettafel waar je de krant wilt lezen en ook sfeervol wilt tafelen. In zo’n geval zorg je voor een armatuur met dimmer.
  • Heb je de verschillende typen benodigd licht in kaart gebracht dan kun je hiervoor passende armaturen zoeken. Die moeten dus het juiste licht geven, in de gekozen interieurstijl passen en allemaal onderling ook weer bij elkaar passen.
  • Het is voor een goed lichtplan beslist noodzakelijk om uit te gaan van een meubelplan, omdat je immers aan de hand van de zitplaatsen bekijkt welk type licht de bewoners op die positie (voor hun functioneren) in de ruimte nodig hebben.
  • Daarnaast beoordeel je aan de hand van de ruimte en het interieur ook nog of je specifieke zaken, zoals kunst of een mooi bouwkundig detail wilt benadrukken.
  • Je probeert vervolgens om een evenwichtig lichtplan te maken waarin de ruimte niet onderbelicht, maar vooral ook niet overbelicht is, let er ook op dat je varieert in lichthoogtes, zo ontstaat een evenwichtige lichtspreiding en een fraaie schaduwwerking.
  • Probeer een beeld te krijgen van de hoeveelheid licht die er door die door de jouw aanbevolen armatuur in de ruimte valt en waar precies. Let ook op de lichthoogte, zou je bijv. alleen maar kiezen voor tafellampen, dan krijg je boven in de ruimte te maken met onderbelichting en kies je alleen maar plafondspots, dan wordt vrijwel alles aangelicht en wordt het geheel ongezellig.
  • Teken vervolgens de (geschatte) ‘lichtvlekken’, dus de grote van de lichtbundel die vanuit het armatuur in de ruimte schijnt, in op je plattegrond. Je maakt op deze manier een zgn. ‘vlekkenplan’, waarmee je kunt beoordelen of jou lichtplan uitgebalanceerd is.
  • In aansluiting op een verlichtingsplan kan vervolgens ook een schakelplan gemaakt worden, dit wordt over het algemeen gedaan door de installateur en behoort meestal niet tot jullie taak. Maar, hieronder vind je ter informatie een overzicht met de belangrijkste symbolen zoals deze gebruikt worden door de installateur.

ID_452

De Verlichtingsopdracht

ID_382, Bouwfonds

  • Maak voor de hiernaast opgenomen (gehele) plattegrond een uitgewerkt lichtplan, leg hiervoor een transparantvel over het meubelplan heen en geef voor alle ruimtes de verschillende lichtpunten weer.
  • Geef aan welke type licht je daar wilt opnemen, dus basis (B), accent (A) en sfeer (S).
  • Zoek vervolgens passende armaturen en zet in de plattegrond een nummer of letter waar je de betreffende armatuur wilt opnemen.
  • Laat in een bijbehorende collage op A3 formaat zien welke armatuur je daar kiest, neem daar dus het plaatje op en zet er de letter of het cijfer bij dat correspondeert met je plattegrond.
  • Leg vervolgens weer een transparantvel over het meubelplan waarin je de verlichtingspunten hebt opgenomen en probeer de lichtvlekken in te tekenen.
  • Geef ook aan of de armatuur zorgt voor direct (D) of indirect (I) licht.

Licht 'plannen'

ID_449,Mrs.Lemons
ID_451,Kent
ID_448, BetsyGoodman
Portfolio-180778-kent_Guesthouse_Page_10
ID_351, Lea Cummins

In tegenstelling tot de consument, die meestal armaturen ‘verzamelt’ en zonder al te veel beleid het kunstlicht in zijn interieur opneemt, is het de taak van een interieurontwerper om met beleid het kunstlicht in het interieur te plannen.

ID_368, Eswerderaum



Artemide Image Banner 120 x 600